Toen Napoleon Nederland veroverde nam hij vanuit Frankrijk de “Code Civil“ mee (Burgerlijk wetboek). Deze “code civil” werd in heel Nederland op 1 maart 1811 van kracht. Akten werden toen nog in twee talen geschreven, zowel Frans als Nederlands. Vanaf 1813 zijn deze akten volledig Nederlandstalig geworden. In 1838 kregen we ons eigen burgerlijk wetboek, maar dat verschilde nauwelijks van de Franse versie.

Voor 1811 werden geboorten, huwelijken en overlijden bij de kerken geregistreerd. In Amsterdam is de eerste huwelijksakte opgemaakt op 3 maart 1811, toen Lowies Labas en Kaatje Zeeman trouwden. Het gemeentebestuur was gehuisvest op de Dam, maar dat prachtige gebouw wilde Napoleon als zijn paleis en zo verhuisde dit gemeentebestuur naar de Oudezijds Voorburgwal en vestigde zich in de Prinsenhof, wat nu Sofitel Legend the Grand is.

De burgemeester was Officier van de Burgerlijke Stand en voltrok in die hoedanigheid de huwelijken. In 1851 werd in de Gemeentewet een bepaling opgenomen dat de leden van de gemeenteraad en de burgemeester benoemd konden worden tot Ambtenaar van de Burgerlijke Stand (ABS). In 1879 werd de mogelijkheid geopend dat ook anderen tot Ambtenaar van de Burgerlijke Stand benoemd konden worden. Pas vanaf 1931 mochten ook vrouwen tot dit ambt worden toegelaten, en sinds 1995 kan naast de ambtenaar van de burgerlijke stand ook een Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand worden benoemd, de BABS.

In het Stadhuis kon men de keuze maken om 1e, 2e of 3e klas te trouwen.

De 3e klasse had een ingang aan de achterzijde van het pand, aan de Oudezijds Achterburgwal. Er werd getrouwd met meerdere paren tegelijk en dit gebeurde eigenlijk aan de lopende band. Bij de tweede klas was de ontvangst wat beter. Het paar werd via de hoofdingang naar een mooie trouwkamer begeleid door de bodes, waar een keurig huwelijksvoltrekking plaats vond. Ook bij de 1e klas was de entree van het bruidspaar door de hoofdingang, maar deze bruidsparen werden ontvangen in de mooie witte marmeren hal door bodes in gala‐uniform met staf en steek. De huwelijksvoltrekking gebeurde door een raadslid of een hoge ambtenaar en een enkele keer was het de burgemeester die het paar toesprak. Dit gebuerde allemaal in de trouwkamer 1e klasse, die nog steeds in tact is. In deze Marriage Chamber van Sofitel Legend the Grand wordt nog heel regelmatig een huwelijk voltrokken. Een prachtige kamer uit 1927 waarin de wanden beschilderd door Chris Lebeau een mooi levensverhaal vertellen.

Marriage Chamber the Grand

Marmeren hal The Grand

De ceremonie was vroeger eenvoudig. Het bruidspaar zelf had geen enkele inbreng, de ambtenaar bepaalde hoe de ceremonie eruit zag. Ruimte voor een persoonlijke toespraak was er niet, dat gebeurde veelal later tijdens de kerkelijke ceremonie. De ambtenaar was verplicht om de rechten en plichten te noemen waaraan het bruidspaar moest beloven te zullen voldoen, en ook de akte moest van A tot Z voorgelezen worden.

Naast de trouwkamers was er voor bijzondere partijen ook de mogelijkheid om in de Raadzaal te trouwen. Zo trouwde hier Prinses Beatrix op 10 maart 1966 met Claus van Amsberg. Net als in de Marriage Chamber zijn ook in deze zaal de sterrenbeelden in het plafond verwerkt. Beatrix en Claus gaven elkaar onder de balk met daarop het houtsnijwerk van de weegschaal een jawoord.

IMG_0003-2 IMG_0008-2
Fotocredits: Andréa Schipper, Trouwbureau Amsterdam, Andréa Foto

The Grand was Stadhuis van Amsterdam van 1808 tot 1988, denk je eens in hoe vaak hier in al die jaren een jawoord gegeven is. Vroeger kon men alleen in het stadhuis trouwen. Paren die vandaag de dag voor deze locatie kiezen doen dat vaak omdat vader en moeder, maar ook opa en oma er getrouwd zijn, al was dat vaak in de versie van de 3e klas.  getrouwd zijn. Later kwam er een dependance trouwzaal in Amsterdam Noord en toen het gemeentebestuur naar De Stopera verhuisde is een korte periode het West Indisch Huis aan de Herenmarkt de vaste trouwlocatie van de gemeente geweest (en is ook nog steeds trouwlocatie).

De kosteloze huwelijken bestaan ook nog steeds. Een eenvoudige ceremonie met een beperkt aantal gasten op een vroege morgen in een eenvoudige ruimte. De Wet Rechten van de Burgerlijke Stand van april 1879, schrijft in artikel 4 voor dat iedere gemeente met meer dan 10.000 inwoners twee maal per week een kosteloos huwelijk moet aanbieden. (Kleinere gemeenten één maal.) Dat was de tijd dat veel paren trouwden om aanspraak te kunnen maken op een woning.

Vandaag de dag ziet de huwelijksvoltrekking er heel anders uit. Het bruidspaar heeft veel meer inbreng. Zij willen zelf bepalen waar ze trouwen en hoe hun ceremonie eruit ziet. Zij willen zelf hun trouwambtenaar kiezen en laten vaak gasten spreken tijdens de voltrekking. De huwelijksakte wordt niet meer voorgelezen en het bruidspaar wordt geacht zelf de wet te kennen. Natuurlijk mag voorlezen nog best, ook de wetsartikelen, maar de ceremonie kan zoveel leuker.

Als ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam voltrok ik ruim 100 huwelijken per jaar. Nu ik ambtenaar‐af ben en Trouwbureau Amsterdam heb opgezet mag ik nog zo’n 40 huwelijken per jaar voltrekken en veel daarvan vinden er heel veel nog steeds plaats op die plek waar al zo ongelofelijk vaak een jawoord gegeven is. En nu merk ik hoeveel meer passie ik in het voltrekken van huwelijken kwijt kan. Hoeveel leuker het is geworden om voor een paar een persoonlijke speech te maken maar ook hoeveel hoger de lat is komen te liggen. Het maakt de uitdaging om er een onvergetelijke ceremonie van te maken alleen maar leuker en daarmee de ceremonie beter. Alles draait om het bruidspaar. Zo hoort het ook te zijn!

Trouwvrouw in The GrandFotocredits: Totaalfotografie